|

Historie van Goudriaan
| Goudriaan is een klein dorpje in de Alblasserwaard, 808 hectaren groot, met een uitgesproken agrarisch
karakter. Het dorp ligt tussen de vestingsteden Nieuwpoort en Gorinchem en is ontstaan aan het veenstroompje Goudriaan.
Het heeft voornamelijk twee lange wegen aan beide zijden van het water, de Noordzijde |
|
 |
en de Zuidzijde. Sinds 1 januari 1986 is het tezamen met zes andere
kernen samengevoegd tot de gemeente Graafstroom.
|
 |
|
Het is een schilderachtig dorp met monumentale boerderijen uit de 18e en 19e eeuw en aan de westrand
de Goudriaanse molen, een achttiende-eeuwse grondzeiler, die vroeger samen met twee andere molens de polder bemaalde. Ook
de N.H. Kerk uit het midden van de 17e eeuw staat aan deze zijde van het dorp. |
Goudriaan wordt voor het eerst in de geschiedenis vermeld op 2 mei 1260,
toen Hendrikus van Vianden, de 38e Bisschop van Utrecht, aan Willem van Brederode toestemming gaf om een kerk te bouwen, een
doopvont in de kerk op te nemen en een kerkhof aan te leggen. Floris V, Graaf van Holland, erkent op 3 mei 1283 definitief
dat Willem van Brederode bewezen heeft recht van hoge heerlijkheid te hebben, o.a. in Goudriaan. De oudste heren van Goudriaan
stamden dus uit het geslacht van Brederode.
In de latere jaren ging het eigendom met daarbij horende rechten over
op verschillende geslachten, deels door koop, deels door vererving. Daarbij is sprake van twee heerlijkheden, namelijk Oud- en
Nieuw Goudriaan. De heerlijkheden zijn opgeheven bij grondwetsherziening van 1848, maar nog altijd draagt het hoofd van het
adellijk geslacht Van Tets de naam "van Tets van Goudriaan".
| Het wapen van Goudriaan werd in 1816 door de Hoge Raad van Adel bevestigd en is groen van kleur, gedeeld
door een golvende zilveren band. De beide groene delen stellen de polders Oud-Goudriaan en Nieuw-Goudriaan voor. De zilveren
band stelt het door beide polders lopende riviertje de Goudriaan voor. |
|
 |

|